Reflectie
Ordenen wat iemand denkt, voelt, vreest, hoopt of niet kan verwoorden.
KLINISCHE ARCHITECTUUR
De doelarchitectuur koppelt intake, gestructureerde feiten, criteria, metingen, richtlijnen, evidence, veiligheidslagen, onzekerheid, menselijke review en audittrail.
De onderstaande passage is bewust woordelijk opgenomen. Het auditvoorbeeld is illustratief. De formulering “gelicentieerde versie X” betekent niet dat DAM-DMA reeds een DSM-licentie bezit. Klinische activatie vereist onder meer geldige bronrechten/licenties, klinische validatie, governance, change control en de toepasselijke conformity- en releasegates.
Niet:
mens → LLM → antwoord
maar:
mens
klinische intake
gestructureerde feitenextractie
symptoom-/risico-/contextmatrix
DSM + ICD-11 criteria-engine
differentiaaldiagnostische engine
psychometrische metingen
richtlijnen & behandelprotocollen
wetenschappelijke evidence
contra-indicaties + safety layer
confidence / ontbrekend bewijs / tegenbewijs
klinische output
menselijke professional waar vereist
En iedere stap krijgt een audittrail.
Dus bijvoorbeeld niet alleen:
“DAM-DMA denkt: PTSS.”
Maar:
Broninput: patiëntmelding #184
DSM-5-TR-versie: gelicentieerde versie X + update september 2025
ICD-11 release: versie Y
criteria ondersteund: …
criteria niet vastgesteld: …
alternatieve diagnoses: …
uitsluitingscriteria: …
instrument: …
score: …
klinische onzekerheid: …
modelversie: …
datum/tijd: …
menselijke review: …
wijzigingshistorie: …
Dát is DAM-DMA Ultra Forensische Clinical AI.
FORENSISCHE KETEN
input/data provenance → gevalideerd instrument/rule/model → software/modelversie → evidencebasis → onzekerheid/confidence → intended user → interpretatie/aanbevolen actie → menselijke review/override → auditrecord
Huidige status: de website beschrijft deze architectuur als R&D-doel. De huidige publieke DAM-DMA-chat blijft HUMAN/non-medisch totdat afzonderlijke CLINICAL-modules daadwerkelijk zijn gebouwd, gevalideerd en vrijgegeven.
HUMAN MODES · NIET-MEDISCH
Ordenen wat iemand denkt, voelt, vreest, hoopt of niet kan verwoorden.
Verkennen wat gebeurtenissen, keuzes of verlies voor iemand betekenen zonder de betekenis voor hem vast te leggen.
Ruimte geven aan geloofstaal zonder goddelijke autoriteit, openbaring of absolute spirituele waarheid te claimen.
Perspectieven, grenzen en communicatie onderzoeken. Klinische relatie- of relatietherapieclaims horen uitsluitend in een afzonderlijk gevalideerde CLINICAL-module.
Opties en consequenties structureren zonder de menselijke eindbeslissing stil over te nemen.
Feiten en bronnen controleren, inclusief tegenbewijs en onzekerheid.
Modegrens: zodra een doel verschuift van begrijpen naar het diagnosticeren, monitoren, behandelen of verlichten van een psychische aandoening, is dat niet automatisch “dezelfde chat maar iets dieper”. Dat vraagt een expliciet begrensde CLINICAL-functie met eigen evidence en safety case.
FORENSISCH LEREN
De oorspronkelijke leercyclus blijft: Vraag → Aanname → Test → Fout → Oorzaak → Herstel → Verificatie → LOCK → Regressietest. Voor CLINICAL komt daar een strengere releasecyclus bovenop.
Definieer exact wat de functie medisch moet doen, voor wie, door wie en in welke context.
Koppel iedere claim aan passende klinische evidence, niet aan modelvertrouwen of overtuigende taal.
Identificeer mogelijke schade, controlemaatregelen, residual risk en faalgedrag.
Test dat software correct werkt én dat de relevante klinische prestatie voor de bedoelde toepassing voldoende wordt onderbouwd.
Leg versie, reviewers, bewijsbasis en goedgekeurde configuratie vast.
Iedere relevante wijziging krijgt impactanalyse en proportionele herverificatie/hervalidatie; na release hoort performance- en safety-monitoring door te lopen.
CLINICAL EVIDENCE LIBRARY
DSM-inhoud uitsluitend wanneer rechten/licentie, exacte editie en updates aantoonbaar op orde zijn. ICD-11 en andere classificatiebronnen alleen uit gezaghebbende, versioneerbare bronnen. Een losse PDF uit zoekresultaten is geen klinische kennislaag.
Instrument, versie, taal, scoring, validatiepopulatie, afkapwaarden, gebruiksrechten en beperkingen moeten afzonderlijk traceerbaar zijn. Een score is geen diagnose op zichzelf.
Leg indicatie, doelgroep, publicatieversie, actualiteitsdatum en afwijkingen vast. Behandelondersteuning volgt niet automatisch uit diagnostische criteria.
Claim-source matching, studieopzet, externe validatie, bias, effectgrootte, onzekerheid, onafhankelijke bronfamilies en tegenbewijs horen zichtbaar mee te wegen.
Een conclusie moet terug te voeren zijn op input, bron, instrument/regle/model, software- en modelversie, evidencebasis, onzekerheid, intended user, menselijke review en auditrecord.
Feit ≠ gevoel ≠ aanname ≠ interpretatie ≠ hypothese ≠ mogelijkheid ≠ waarschijnlijkheid ≠ bewijs. DAM-DMA moet deze categorieën niet gladstrijken omdat een taalmodel soepel kan schrijven.